De namen van libellen

Iedereen die mij een beetje kent weet dat ik gek ben op libellen. Veel mensen denken dat ik daarom zelf een beetje gek ben en misschien is dat wel waar. Want wat is er nou zo bijzonder aan libellen? Zelfs de namen van deze dieren zijn bizar, want hoe komt een libel nu aan de naam lantaarntje, watersnuffel of glassnijder.

Ik neem je mee in mijn gekte en vertel je hoe dat zit.

Odonata

Laten we vooraan beginnen, bij het woord ‘libel’. Net als bij veel dierennamen moeten we de oorsprong van de naam gaan zoeken in het Latijn. Libel is afgeleid van libella, een verkleinwoord van het woord libra, wat weegschaal betekent. Net als de weegschaal zijn de vleugels van de libel altijd in evenwicht.

De wetenschappelijke naam voor de orde van de libellen is odonata. De betekenis hiervan moeten we gaan zoeken in die andere oude taal: het Grieks. Odonata is namelijk te herleiden naar het Griekse woord odonto, wat zich vertaalt naar tand. Het slaat op de scherpe punten aan de kaken van veel volwassen libellen, die op tanden lijken.

Op dit portretje van een zojuist uitgeslopen rivierrombout zijn de donkere ’tanden’ op de kaak van de libel goed te zien.

Deze horizontaal vliegende insecten met hun scherpe tanden vind je in veel verschillende soorten, allemaal met een andere naam.

De namen van libellen

In Nederland komen meer dan 70 soorten libellen voor. De meesten daarvan hebben een vrij gewone naam, tenminste voor een insect. De naam beschrijft de soort op een logische manier. Je kan hierbij denken aan bijvoorbeeld:

  • De Bruine winterjuffer: Een bruin gekleurde juffer die je ook in de winter als volwassen insect kan vinden.
  • De Grote roodoogjuffer: Een juffer met rode ogen, die groter is dan de Kleine roodoogjuffer.
  • De Vroege glazenmaker: Een libel uit de familie van de glazenmakers die al vroeg in het jaar uitsluipen.
  • De venwitsnuitlibel: Een libel met een witte snuit die je vaak aantreft rond bosvennetjes.
De grote roodoogjuffer is een hele logische naam voor deze mooie libellensoort.

En zo zijn er nog veel meer libellensoorten met een hele logische naam. Maar het kan ook anders…

Viervlek

Op het eerste gezicht lijkt dit een hele logische naam: Een libel met vier vlekken op de vleugel. Totdat je de vlekken gaat tellen. Vier vlekken op het uiteinde van de vleugels (de pterostigma), vier vlekken halverwege de vleugels en twee vlekken aan de basis van de achtervleugels. Dus in het totaal heeft hij tien vlekken. Tien. Niet vier.

Hoeveel vlekken zitten er op de vleugel van een viervlek? Tel je even mee? bij deze praenubila vorm van de viervlek zijn de vlekken bij de pterostigma zelfs extra groot.

Maar de pterostigma mag je niet meetellen, en de vlekken aan de basis van de achtervleugels ook niet. En dus heet hij viervlek. Logisch toch? 

Vuurlibel

De naam vuurlibel klinkt heel fantasierijk, als een echte vuurspuwende dragonfly. Maar als je de mannetjes van deze libel ziet snap je de naam meteen. Deze libel is vuurrood van kleur. Zelfs de ogen zijn rood gekleurd. De naam dus toepasselijker dan hij lijkt.

ondanks de bijzondere naam doet de vuurlibel zijn naam zeker eer aan.

De vrouwtjes daarentegen zijn okerkleurig en dus minder spectaculair gekleurd, zoals wel vaker in de dierenwereld.

Lantaarntje

Deze kleine juffer kom je tegen in heel veel verschillende kleurvarianten. Het borststuk kan blauw, paars, groen of oranje zijn, maar toch is het allemaal dezelfde soort. De soort is echter te herkennen aan het achtste segment van het achterlijf, dat helder blauw is. Bijna lichtgevend blauw, als een vreemd blauw lantaarntje in de nacht.

Het lantaarntje met het ‘kenmerkende’ blauwe segment op het achterlijf.

Nu denk je wellicht dat je het lantaarntje nu gemakkelijk kan herkennen als je een blauw stukje in de staart van een libel ziet, maar dat is helaas niet zo. Meerdere soorten juffers kunnen zo’n lantaarntje hebben (vaak wel net op een andere plek). Bijvoorbeeld verschillende soorten pantserjuffers, de variabele waterjuffer, de azuurwaterjuffer, de tengere grasjuffer en de watersnuffel, om er maar enkele te noemen.

Watersnuffel

Over de watersnuffel gesproken. Als we het over vreemde namen van libellen hebben, dan mag deze niet in het rijtje ontbreken. Hoe kom je aan zo’n komische naam?

Ook de watersnuffel heeft blauwe segmenten op het achterlijf.

Als de watersnuffel op jacht is scheert hij vlak boven het wateroppervlak, op zoek naar kleine insecten. Zo lijkt het net alsof hij het water wil ruiken. Wie dat ooit verzonnen heeft had wat mij betreft wel meer dierennamen mogen verzinnen. Weg met de venwitsnuitlibel; hallo vencocaïnesnuiver. 

Glassnijder

Nog zo’n libel met een geweldige naam is de glassnijder. Deze mooie soort behoort tot de familie van de glazenmakers, wat al een verhaal op zich is. Vroeger waren er geen auto’s en de mensen die van beroep glazenmaker waren moesten hun handelswaar toch naar hun klanten vervoeren. Ze verstevigden de ruiten met een raamwerk van latten en bonden ze vervolgens op hun rug. En als ze zo door de straten liepen leken ze op libellen. Dus hebben ze deze libellenfamilie genoemd naar een beroepsgroep.

De glassnijder uit de familie van de glazenmakers.

De naam glassnijder is ook zo’n oude naam. Vroeger werd namelijk, ten onrechte, gedacht dat de vleugels van libellen vlijmscherp waren. Gecombineerd met de familienaam leverde dit een leuke woordspeling op.

Paardenbijter

Ook dit is weer een naam met een verleden, want vroeger dacht men dat deze libellen letterlijk deden wat hun naam doet vermoeden. Dat is natuurlijk niet waar. Libellen zullen nooit paarden of mensen bijten. Met hun sterke kaken zouden ze hier wel toe in staat zijn, maar zelfs als verdediging zullen ze dit bijna nooit doen. Toch zie je paardenbijters wel vaak dicht bij paarden en koeien rondvliegen. Ze bijten het vee niet, maar wel de vliegen en dazen die op hun huid zitten.

De paardenbijter is onschuldiger dan zijn naam doet vermoeden.

Zo is het verhaal dat overal wordt verteld. Ik vraag me af in hoeverre dit waar is. We schilderen de mensen van ‘vroeger’ graag af als domme sullen. Misschien omdat we onszelf graag zien als het toppunt van intelligentie. Het feit is dat de mensen toen ook niet dom waren en vast wel wisten dat paardenbijters insecteneters zijn.

De gekte voorbij

Zo zie je maar dat de namen van libellen zo gek nog niet zijn. Zelfs de namen die heel bizar lijken hebben vaak toch een logische verklaring. Zo is ook mijn gekte voor libellen logisch te verklaren, want het zijn fascinerende dieren. Ze hebben een aparte levenswijze. Ze zien er prachtig uit, indrukwekkend zelfs. Als je ooit een libel hebt zien uitsluipen, dan weet je hoe imponerend het is om een lelijke, bruine nimf uit het water te zien komen en voor je ogen te transformeren in één van de mooiste insecten op aarde.

Dit bericht heeft 4 reacties

  1. Franca

    Hallo Bjorn,

    Hoe interessant en mooi verwoord, dankjewel voor het delen! Een libel heeft voor mij altijd iets “prehistorisch” aan zijn uiterlijk. Trouwens alles wat vleugels heeft maakt indruk op me! Vooral vlinders zijn voor mij de vliegende bloemen in het voorjaar.

    Groetjes Franca Feijen

    1. Bjorn van Lieshout

      Hoi Franca,

      Dankjewel voor je reactie, Leuk om te horen dat ik niet de enige ben die last heeft van libellengekte. 😉

      Groetjes,
      Bjorn

  2. Constant

    Leuk en leerzaam artikel.Ik ben ook al lang gefassineerd door libellen.
    Met vriendelijke groet,

    Constant van Bommel

    1. Bjorn van Lieshout

      Dank je voor je reactie Constant. Jouw fascinatie voor libellen kende ik natuurlijk al, fijn om te horen dat het dan toch een leerzaam artikel voor je is.

      Groetjes,
      Bjorn

Geef een reactie