Fotograferen met tegenlicht

Iedere natuurfotograaf weet dat het zonlicht het mooiste is vlak na zonsopkomst en vlak voor zonsondergang. Veel fotografen kiezen speciaal deze tijden om er op uit te trekken met de camera. Het licht van de laagstaande zon zorgt voor een warme oranjerode gloed op het onderwerp, die de foto een fijne sfeer geeft. Wil je de foto dan nog iets extra’s geven, dan kun je proberen om je onderwerp eens van de andere kant te benaderen. Dus niet met je rug naar de zon, maar rechtstreeks tegen de zon in. Dan heeft niet alleen je onderwerp dat mooie licht, maar je hele foto lijkt te baden in de gloed van de lage zon.

Eén methode, veel toepassingen

Door gebruik te maken van tegenlicht kun je verschillende effecten bereiken. Als je tegen de zon in fotografeert, dan staat je hoofdonderwerp in de schaduw. Het hoge contrast zorgt ervoor dat je onderwerp meestal als een silhouet wordt weergegeven. Je legt hiermee de aandacht op de vorm en de contouren van je onderwerp, in plaats van de details. Dit levert prachtige foto’s op. En het wordt nog mooier als je onderwerp een vacht heeft. De haren van de vacht zorgen bij tegenlicht voor een lichte rand om je onderwerp. Hierdoor steekt je onderwerp beter af tegen een donkere achtergrond. Niet alleen vacht zorgt voor een dergelijk randlicht, maar bijvoorbeeld ook veren en zelfs dauw kun je soms gebruiken om dit effect te krijgen.

Hier vormt het tegenlicht een lichtrand om de juffer, hierdoor komt de aandacht meer op de vorm van de juffer te liggen.

Wil je niet dat je onderwerp een silhouet wordt, dan kun je gebruik maken van een invulflits of een reflectiescherm. Als je een flitser gebruikt heb je als voordeel dat je de kracht van de invulflits precies kunt instellen. Meestal moet je de flitskracht met één tot twee stops temperen om tot een goede invulflits te komen. Als je een reflectiescherm gebruikt kun je de kracht van het invullicht aanpassen door de afstand van het scherm tot je onderwerp te veranderen. Het voordeel van een reflectiescherm is dat je direct ziet wat de invloed van het invullicht is.

Naast silhouetvorming kun je met tegenlicht ook het tegenovergestelde bereiken. Als er veel strooilicht direct in de lens valt, dan vermindert dit het contrast van de foto ingrijpend. Het resultaat is een hele zachte foto met een dromerige sfeer.

Tegenlicht is ook prima geschikt voor onderwerpen die (deels) transparant zijn, zoals bloemen en insecten. Het licht gaat voor een gedeelte dwars door je onderwerp heen en zorgt ervoor dat je het op een heel nieuwe manier ziet.

De combinatie van tegenlicht en dauw is het ideale recept voor bokehcirkels. Deze cirkels ontstaan in de onscherpe gedeeltes van de foto (bokeh), wanneer de zon achter op de dauwdruppels schijnt. De druppels verstrooien het zonlicht en worden kleine lichtpuntjes. Hoe verder de dauwdruppels verwijderd zijn van het punt waarop je hebt scherpgesteld, hoe groter deze bokehcirkels worden.Voor de mooiste verstrooiingscirkels kies je een grote diafragmaopening (dus een klein f-getal). Bij kleinere diafragmaopeningen worden de randen van de cirkels scherper en hoekiger.

De combinatie van tegenlicht en dauw is het ideale recept voor bokehcirkels.

Omgaan met tegenlicht

Het maken van tegenlicht opnames is niet veel moeilijker dan het maken van normale foto’s. Er zijn echter een paar dingen waar je goed op moet letten.

Houd bij het maken van tegenlichtfoto’s altijd goed je histogram in de gaten. Als de lichte partijen overbelicht zijn, dan moet je de belichting naar beneden bijstellen. Door de hoge contrasten heb je al snel last van uitgebeten hooglichten. Vaak is het zelfs onmogelijk om de uitgebeten hooglichten helemaal te voorkomen. Er blijven altijd wel een paar lichtpuntjes die zo fel zijn, dat ze zelfs nog overbelicht zijn als je de foto drie stops onderbelicht. Zolang het lichtpuntjes zijn is het niet zo erg, als de lichte partijen maar niet helemaal uitgebeten zijn. Hoe veel je de belichting moet aanpassen is afhankelijk van de specifieke omstandigheden en moet je dus voor iedere situatie weer opnieuw bepalen.

Nog belangrijker dan de instellingen van de camera, is de positie die je kiest. Dit geldt vooral bij macrofotografie, omdat je dan dicht op je onderwerp zit. Voor het mooiste tegenlicht moet je een standpunt kiezen dat bijna in één lijn met de zon en je onderwerp ligt. De positie met het mooiste tegenlicht is dus vaak niet de positie die je zou kiezen als je alleen de compositie voor je onderwerp zou bepalen. Je moet dus op zoek naar een middenweg tussen de optimale sfeer en de perfecte compositie. Vaak is het zinvol om verschillende standpunten uit te proberen. Een klein verschil in standpunt kan soms een heel andere sfeer opleveren.

Probeer het

Dus als je de volgende keer op pad gaat om te fotograferen, denk dan nog eens terug aan deze tekst en richt je lens in de richting van de zon. Laat jezelf verrassen door de resultaten.

De bandheidelibel met de kenmerkende banden op de vleugels.

De bandheidelibel met de kenmerkende banden op de vleugels.

Geef een reactie