NGO Excursie: Bomen bekijken

De natuurgidsenopleiding zal ook in 2018 één van de hoofdonderwerpen zijn.

Twee-en-een-halve-week, langer is het niet geleden, maar het voelt alsof we enkele maanden niet met de Natuurgidsenopleiding (NGO) bezig zijn geweest. Vandaag was het eindelijk weer tijd voor een excursie. Deze keer wandelden we door het arboretum ‘De Hooge Vorssel’ bij Heesch. Vooraf werden we gewaarschuwd: De Osse gids had gezegd dat dit het slechtste bomenpark van Nederland was. Al snel bleek dat dit best wel eens waar zou kunnen zijn. Langs de route stonden paaltjes, met daarop de naam van een boom. Het was de bedoeling dat bij die paaltjes dus ook de bijbehorende boom zou moeten staan. Bij enkele van de eerste paaltjes was dit niet het geval, maar wel stonden er steevast eiken op de plaats waar de boom zou moeten staan. Het werd dus al snel de running-gag van de dag dat we op zoek gingen naar de eik die bij ieder paaltje hoorde.

Het thema van de wandeling was ‘Bomen bekijken’. Als je gaat wandelen in een arboretum is dat een vrij logisch onderwerp.  In tegenstelling tot enkele eerdere wandelingen lukte het ons deze keer vrij goed om ons aan het thema te houden. Natuurlijk maakten we wel enkele kleine zijsprongetjes, want als er enkele tientallen meters verderop een buizerd in de boom zit dan willen we die natuurlijk even goed bekijken. We keken ook naar het verschil tussen het oranje knopje en een meniezwam en we zagen de eikengalwesp die in een appelgal zat. Verder ging het eigenlijk voornamelijk over bomen.

Loofbomen

De wandeling had een mooie verdeling. In het begin van de wandeling keken we voornamelijk naar loofbomen en in het tweede gedeelte kwamen de naaldbomen aan bod. Ik kwam er al snel achter dat het niet meevalt om loofbomen te herkennen als er geen bladeren meer aan de takken hangen. Je wordt dan gedwongen om naar andere kenmerken te kijken, zoals de de bast, de knoppen, de bouw en andere kenmerken. Een boom met witte bast leek een makkelijke instapper, dat was natuurlijk een berk. Maar wat voor soort berk is het dan? Je hebt namelijk twee soorten berken die inheems zijn: De ruwe berk en de zachte berk.  De ruwe berk is te herkennen aan de afhangende takken, een kenmerk dat de zachte berk veel minder heeft. Het gaat dus echt om een samenspel van verschillende factoren waar je op moet letten.

De bast van de abeel heeft kenmerkende ruitvormige littekens.
De bast van de abeel heeft kenmerkende ruitvormige littekens.

Sommige bomen zijn vrij gemakkelijk aan hun bast te herkennen. Zo heeft de abeel kenmerkende ruitvormige littekens en heeft de robinia een diep gegroefde bast. Andere bomen, zoals de els en de hazelaar zijn aan de hand van hun katjes op naam te brengen. Soms moet je gaan kijken naar de knoppen aan de takken. Ook dit hebben we geoefend met een zoekkaart bij de hand, maar dit bleek erg moeilijk. Zelfs als we wisten welke boom het was lukte het ons niet altijd om dit aan de hand van de knoppen te bevestigen.

Zelfs met de zoekkaart bij de hand blijkt het herkennen van de boomknoppen niet gemakkelijk.
Zelfs met de zoekkaart bij de hand blijkt het herkennen van de boomknoppen niet gemakkelijk.
Naaldbomen

Na de loofbomen kwamen we in het gedeelte met de naaldbomen. We hadden al een keer geoefend met het determineren van naaldbomen, dus dat beloofde een stuk simpeler te worden. In het begin ging het ons nog vrij gemakkelijk af. De lariks was gemakkelijk te herkennen. En met de tabel in de hand konden we ook de meeste soorten dennen zonder problemen determineren. Alleen bij de sparren kwamen we verschillende keren flink in de knoop. Vooral de reuzenzilverspar kostte ons nogal wat hoofdbrekens. Lange tijd zagen we hem aan voor een hemlockspar. Hieruit blijkt maar weer hoe weinig we weten, want toen onze leraar de echte hemlockspar aanwees bleek deze er toch echt heel anders uit te zien dan de reuzenzilverspar. Niet alleen de naalden, maar de hele boom in anders van vorm.

De sparrenkegels van de Servische spar (links) en de Sitkaspar (rechts).
De sparrenkegels van de Servische spar (links) en de Sitkaspar (rechts).

Zoals Albert Einstein al zei: Hoe meer ik leer, hoe meer ik weet, dat ik eigenlijk niks weet. Alles wat we tijdens deze opleiding leren biedt weer een nieuwe ingang om meer te willen weten over dat onderwerp. En dat geldt ook voor bomen bekijken. Bomen zijn een machtig interessant onderwerp waarover ik nog heel veel kan en wil leren. Gelukkig hebben we nog een lange opleiding voor de boeg.

About Bjorn van Lieshout

Hoi, ik ben Bjorn van Lieshout. Maar dat is niet het enige dat ik ben. Ik ben ook vader van drie geweldige kinderen, man van mijn lieve vrouw, amateur natuurfotograaf, natuurliefhebber, IVN-er, moestuinier en keukenprins.

View all posts by Bjorn van Lieshout →

Geef een reactie